ECLI:NL:RBDHA:2023:19862
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op proceskostenvergoeding na gegrondverklaring bezwaar tegen besluit college Leidschendam-Voorburg
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg waarin verweerder had beslist dat eiser geen proceskostenvergoeding toekomt. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser dat zich richt op het gedeelte van het besluit dat de proceskostenvergoeding betreft.
Verweerder erkent dat eiser recht heeft op proceskostenvergoeding in de bezwaarfase vanwege bijstand door een advocaat, maar betwist vergoeding van verletkosten, kadasterkosten en overige proceskosten. De rechtbank oordeelt dat het besluit onjuist is en verklaart het beroep gegrond, waarbij zij zelf in de zaak voorziet.
De rechtbank stelt vast dat eiser recht heeft op vergoeding van advocaatkosten (1 punt à €597), verletkosten (€165) en kadasterkosten (€99,85) in de bezwaarfase, totaal €861,85. Voor de beroepsfase krijgt eiser vergoeding van reiskosten (€7,28), verletkosten (€112,50) en griffierecht (€184), totaal €304,78. Het besluit wordt vernietigd voor zover verweerder geen proceskostenvergoeding toekende en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van genoemde bedragen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskostenvergoeding en griffierecht aan eiser.