ECLI:NL:RBDHA:2023:19893
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander uit Oekraïne door staatssecretaris
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende asielzoeker, betwistte het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming als derdelander uit Oekraïne per 4 september 2023 te beëindigen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat hij in Oekraïne internationale bescherming had verkregen of asiel had aangevraagd, waardoor hij niet tot de facultatieve groep derdelanders behoort die onder de tijdelijke bescherming valt.
Eiser voerde aan dat de staatssecretaris niet bevoegd was het recht op tijdelijke bescherming te beëindigen en verwees naar eerdere uitspraken die dit zouden ondersteunen. De rechtbank volgde deze lijn echter niet en sloot zich aan bij de meervoudige kameruitspraak van 30 oktober 2023, waarin de bevoegdheid van de staatssecretaris werd bevestigd. Tevens faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel wegens het ontbreken van een ondubbelzinnige toezegging.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd eveneens verworpen omdat de staatssecretaris een gerechtvaardigd onderscheid maakt tussen verschillende groepen ontheemden, waarbij de facultatieve groep derdelanders, waaronder eiser valt, een tijdelijke Oekraïense verblijfsvergunning heeft en kan terugkeren naar het land van herkomst of de asielprocedure kan doorlopen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.