ECLI:NL:RVS:2024:761
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 31 oktober 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, dat door de rechtbank Den Haag ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de tijdelijke bescherming van derdelanders die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hebben ingeschreven, niet voortijdig kan worden beëindigd. De bescherming eindigt volgens de richtlijn pas op 4 maart 2024. Hierdoor wordt het besluit van 31 oktober 2023 vernietigd en wordt het beroep gegrond verklaard.
De Raad van State veroordeelt de staatssecretaris tevens tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De uitspraak bevestigt dat de staatssecretaris gebonden is aan de looptijd van de EU-richtlijn voor tijdelijke bescherming en dat voortijdige beëindiging niet is toegestaan.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.