ECLI:NL:RBDHA:2023:199
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens uitsluiting bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag
Eiser diende op 2 juni 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 september 2021. Verweerder verleende op 25 juli 2022 alsnog een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht en stelde vast dat geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd waren.
Eiser handhaafde zijn beroep omdat verweerder niet had vastgesteld dat hij een dwangsom had verbeurd. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet ontvankelijk is omdat het verzoek inmiddels is ingewilligd en er geen procesbelang meer bestaat.
De rechtbank onderzocht vervolgens of beroep mogelijk is tegen de vaststelling dat geen dwangsom verschuldigd is. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van bestuursrechtelijke dwangsomregels uit bij asielaanvragen, waardoor verweerder geen dwangsommen kan verbeuren.
Hoewel eerdere uitspraken de onverenigbaarheid van deze uitsluiting met het Unierecht stelden, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 november 2022 geoordeeld dat deze uitsluiting niet in strijd is met het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel.
Daarom ontbreekt ook het procesbelang voor het beroep tegen het ontbreken van een dwangsom en verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €418,50 toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvragen.