Eiseres, exploitant van familiepark Drievliet, vroeg een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een uitkijktoren op een perceel binnen het park. Verweerder verleende aanvankelijk de vergunning, maar herroept deze later na bezwaar van een derde-partij, stellende dat de uitkijktoren een uitbreiding van het attractiepark betreft en in strijd is met de beheersverordening.
De rechtbank oordeelt dat het perceel al onderdeel is van het familiepark en dat de uitkijktoren een bouwwerk is ten behoeve van recreatie, passend binnen de bestemming “Recreatie-1”. De uitkijktoren valt niet onder de definitie van een attractie zoals bedoeld in het bestemmingsplan, omdat het niet wordt aangedreven door een niet-menselijke energiebron. Hierdoor is eiseres niet verplicht de uitkijktoren binnen de bestemming “Cultuur en Ontspanning” te realiseren.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.