Eiser, een Syrische asielzoeker die op 10 november 2023 op Schiphol aankwam en direct een asielaanvraag indiende, werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat hij de grens illegaal was gepasseerd, waardoor de maatregel onrechtmatig zou zijn. De rechtbank onderzocht het proces-verbaal en concludeerde dat eiser zich nog op Airside bevond en de douane nog niet had gepasseerd, zodat de maatregel rechtmatig kon worden opgelegd.
De rechtbank behandelde ook de informatieplicht van verweerder bij het opleggen van de maatregel. Hoewel schriftelijke informatie over rechtsmiddelen en rechtsbijstand ontbrak, was eiser met behulp van een beëdigde Arabische tolk geïnformeerd over de maatregel en zijn rechten. Eiser maakte effectief gebruik van zijn recht op beroep, wat het gebrek in schriftelijke kennisgeving niet onrechtmatig maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.