ECLI:NL:RBDHA:2023:19968
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis echtgenote
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis aan zijn echtgenote. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is, omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen plus verlenging van drie maanden heeft beslist.
De rechtbank wijst het verzoek van eiser om vrijstelling van griffierecht definitief toe op grond van diens inkomen. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat verweerder nog niet inhoudelijk naar de aanvraag heeft gekeken en legt daarom een nadere beslistermijn van twintig weken op, conform jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500, en tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442. Ook worden de proceskosten van eiser vastgesteld op €418,50 en aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog te beslissen onder dreiging van een dwangsom.