ECLI:NL:RBDHA:2024:15841
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres diende op 27 februari 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde eiseres de minister van Asiel en Migratie in gebreke en startte zij meerdere keren beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelde eerder een beslistermijn van twintig weken vast, maar de minister heeft hier niet aan voldaan. De minister voerde aan dat het FIFO-principe wordt gehanteerd en verzocht om uitstel van behandeling of een ruimere beslistermijn, wat de rechtbank afwees.
De rechtbank oordeelde dat de minister binnen twee weken een besluit moet nemen en legde een dwangsom van € 200 per dag op met een maximum van € 15.000. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.