ECLI:NL:RBDHA:2023:200
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens uitsluiting bestuurlijke dwangsom bij asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 19 oktober 2021. Verweerder verleende uiteindelijk op 18 juli 2022 een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht en stelde dat geen dwangsom verschuldigd was wegens het niet tijdig beslissen.
Eiser handhaafde zijn beroep omdat verweerder niet had vastgesteld dat een dwangsom was verbeurd. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet ontvankelijk was omdat de asielaanvraag inmiddels was ingewilligd en er geen procesbelang meer bestond.
De kernvraag was of eiser in beroep kon tegen de vaststelling dat geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van dwangsomregels bij asielaanvragen uit. Hoewel eerdere jurisprudentie deze uitsluiting in strijd achtte met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak dit recent anders beoordeeld.
De Afdeling oordeelde dat er geen vergelijkbare nationale procedures zijn en dat de regeling niet in strijd is met het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel. Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor eiser en is het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €418,50.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang door uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvragen.