ECLI:NL:RBDHA:2023:20031
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming Nigeria, derdelander Oekraïne niet onrechtmatig
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming, verleend op grond van Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen op 4 september 2023. De rechtbank Den Haag behandelde het beroep op 21 november 2023 en onderzocht de beroepsgronden van eiser.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin is vastgesteld dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming van de facultatieve groep, waaronder eiser valt, te beëindigen. De rechtbank oordeelt dat eiser geen ondubbelzinnige toezegging heeft ontvangen dat zijn tijdelijke bescherming langer zou duren, waardoor het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.
Verder wijst de rechtbank het beroep af omdat eiser onvoldoende onderbouwt dat sprake is van ongelijke behandeling ten opzichte van Oekraïners en derdelanders in het buitenland. Ook acht de rechtbank het niet onredelijk dat de beëindiging plaatsvindt terwijl de asielprocedure van eiser nog loopt en hij een aanvraag voor een werkvergunning kan indienen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en openbaar gemaakt op 18 december 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is ongegrond verklaard.