ECLI:NL:RVS:2024:541
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de tijdelijke bescherming die aan derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne wordt geboden, niet op 4 september 2023 kan eindigen, maar krachtens de richtlijn doorloopt tot 4 maart 2024. Hierdoor slaagt het hoger beroep en wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Afdeling vernietigt het besluit van 23 augustus 2023 en bepaalt dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen hoe de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling wordt meegedeeld. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00 die verband houden met de rechtsbijstand van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.