ECLI:NL:RBDHA:2023:20036
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië volgens Dublinverordening
Eiser, met de Turkse nationaliteit, diende op 19 augustus 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser betwistte dit en stelde dat hij slechts kort in Kroatië verbleef en slachtoffer was van pushbacks en onmenselijke behandeling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij Kroatië wordt geacht haar internationale verplichtingen na te komen. Eiser slaagde er niet in met concrete aanwijzingen aan te tonen dat hij bij overdracht aan Kroatië een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest.
Ook concludeerde de rechtbank dat er geen bijzondere, individuele omstandigheden waren die verweerder aanleiding gaven om de asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië wordt ongegrond verklaard.