Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op € 818.000 en stelt dat de waarde te hoog is vastgesteld. Tevens voert eiser aan dat verweerder de toezendplicht van artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ heeft geschonden door onvoldoende informatie te verstrekken.
Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatieverslag en een taxatiematrix, waarin vergelijkingsobjecten zijn gebruikt die qua kenmerken en status (gemeentelijke monumenten) vergelijkbaar zijn met de woning van eiser. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en dat de gebruikte vergelijkingsobjecten geschikt zijn.
Ten aanzien van de toezendplicht overweegt de rechtbank dat de verstrekte gegevens voldoende inzicht bieden om de waarde te beoordelen. De aanvullende informatie die eiser verlangt valt niet onder de reikwijdte van artikel 40, tweede lid, Wet WOZ. Bovendien zou het voldoen aan dergelijke uitgebreide informatieverzoeken een onevenredige belasting voor verweerder vormen.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij het verzoek om proceskostenveroordeling af.