ECLI:NL:GHDHA:2022:886
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na bezwaar en beroep zonder toekenning schadevergoeding
Belanghebbende is mede-eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning met diverse voorzieningen en een perceel van circa 370 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2018 vast op €307.000, welke waarde werd onderbouwd met een taxatierapport en vergelijkingsobjecten.
Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de Rechtbank Rotterdam, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan door de waarde te onderbouwen met een taxatierapport, een matrix en grondstaffels. De rechtbank en het hof vonden de waardering deugdelijk gemotiveerd en voldoende rekening houdend met relevante factoren zoals wateroverlast, verkeersruimte en vrijstellingen.
Belanghebbende voerde aan dat de inhoud van de woning onjuist was opgemeten en dat de grondstaffels onvoldoende waren onderbouwd, maar het hof achtte deze bezwaren onvoldoende om de vastgestelde waarde te verlagen. Tevens werd het verzoek tot schadevergoeding wegens onrechtmatigheid van het besluit afgewezen, omdat de gevorderde kosten onder de proceskostenregeling vallen en niet onder artikel 8:88 Awb Pro.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend aan belanghebbende.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €307.000 en wijst het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding af.