ECLI:NL:RBDHA:2023:20096

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 december 2023
Publicatiedatum
19 december 2023
Zaaknummer
NL23.1028
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:68 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek in bestuursrechtelijke zaak over beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar verblijfsrecht op grond van het Unierecht te beëindigen en haar ongewenst te verklaren. Na vernietiging van het eerdere besluit door de rechtbank is een nieuw besluit genomen waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard. Eiseres stelde beroep in tegen dit nieuwe besluit.

Tijdens de zitting op 2 november 2023 werd het onderzoek gesloten, maar de rechtbank concludeerde dat het onderzoek niet volledig was. Daarom werd besloten het onderzoek te heropenen op grond van artikel 8:68 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank bepaalde dat de Raad voor de Kinderbescherming als deskundige aanvullend onderzoek moet verrichten en hierover schriftelijk moet rapporteren.

De verdere beslissing in de zaak wordt aangehouden totdat het aanvullende onderzoek is afgerond. Tegen deze beslissing staat nog geen hoger beroep open, maar dit kan worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen de eventuele einduitspraak in de zaak.

Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en de Raad voor de Kinderbescherming krijgt opdracht aanvullend onderzoek te verrichten; verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.1028

beslissing tot heropening van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres] , eiseres,

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigden: mr. N. Vollebergh en mr. J.C. Sneep),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. A. Dijcks).

Procesverloop

Bij besluit van 15 september 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder het verblijfsrecht van eiseres op grond van het Unierecht beëindigd. Tevens heeft verweerder eiseres ongewenst verklaard.
Bij besluit van 5 april 2022 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Dit besluit is bij uitspraak van 11 november 2022 vernietigd en is verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiser. [1]
Bij besluit van 6 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder een nieuw besluit genomen en het bezwaar van eiseres wederom ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 2 november 2023 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigden. Als tolk is verschenen K. Kruk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Het onderzoek is ter zitting gesloten. Na sluiting is de rechtbank in de raadkamer tot de conclusie gekomen dat het onderzoek in deze zaak niet volledig is geweest en heropend dient te worden met toepassing van artikel 8:68 van Pro de Awb [2] . De rechtbank acht het noodzakelijk dat de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek verricht en daarvan schriftelijk verslag uitbrengt.

Beslissing

De rechtbank:
 heropent het onderzoek;
 bepaalt dat de Raad voor de Kinderbescherming als deskundige zal worden opgedragen om onderzoek te verrichten en daarvan schriftelijk verslag uit te brengen;
 houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gedaan door mr. W. Anker, voorzitter, en mr. B.F.Th. de Roos en mr. S.E. van de Merbel, leden, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De beslissing is uitgesproken en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze beslissing staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze beslissing kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Voetnoten

1.Rb Den Haag (zittingsplaats Middelburg) 11 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12158.
2.Algemene wet bestuursrecht.