Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder heeft acht geslagen op het feit dat eiseres cursussen en trainingen volgt en positief gedrag vertoont in detentie, maar heeft hier in zijn beoordeling niet de waarde aan hoeven hechten die eiseres daaraan hecht. Eiseres heeft haar tijd sinds het plegen van het misdrijf immers uitsluitend in detentie doorgebracht en volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling wordt aan goed gedrag in detentie geen doorslaggevend gewicht toegekend. [8] In het licht van de ernst van het door eiseres gepleegde strafbare feit en de hoogte van de opgelegde straf, is de periode die sinds de pleegdatum is verstreken bovendien te kort om te kunnen spreken van een bestendige positieve gedragsverandering. Daarnaast blijkt uit het reclasseringsrapport van 12 november 2021 dat eiseres in het verleden verschillende conflictueuze partnerrelaties heeft gehad. [9] Haar stelling dat de problemen zich slechts hebben voorgedaan in één relatie heeft verweerder dan ook niet hoeven volgen. Tevens heeft hij kunnen tegenwerpen dat niet is gebleken dat eiseres in detentie specifiek heeft gewerkt aan haar explosieve gedrag in relaties.
Uit het strafvonnis van 18 december 2020 blijkt dat de onderzoekers in de Pro Justitia rapporten geen uitspraak konden doen over het risico op recidive. Ook de reclassering heeft daar onderzoek naar gedaan, zo blijkt uit voormeld rapport. In de samenvatting van de uitgevoerde risicoanalyse [10] staat weliswaar dat uit een meting met een actuarieel instrument [11] volgt dat het risico op algemene recidive en geweldsrecidive binnen twee jaar laag is, maar het eindoordeel van de reclassering luidt dat het risico op recidive niet kan worden ingeschat. [12] Verweerder heeft zich dan ook op het standpunt kunnen stellen dat uit dit rapport niet kan worden opgemaakt dat er van eiseres geen actuele dreiging uitgaat.
De belangen van [Naam 2]
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.897,50 (achttienhonderdzevenennegentig euro en vijftig cent).