ECLI:NL:RBDHA:2023:20119
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging EUPOL-medewerker uit Afghanistan naar Nederland
Eiser verzocht om overbrenging vanuit Afghanistan naar Nederland op grond van zijn werkzaamheden als elektricien voor de Europese Politie Missie in Afghanistan (EUPOL). Hij stelde dat hij tijdens de evacuatiefase was opgeroepen en dat hij viel onder de speciale groepen genoemd in de Kamerbrief van 11 oktober 2021.
De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiser niet was opgeroepen door Nederland en niet voldeed aan de criteria, waaronder het verrichten van ten minste een jaar structureel substantiële werkzaamheden voor een Nederlandse EUPOL-functionaris in een publieke functie. De rechtbank oordeelde dat eiser niet specifiek voor een Nederlandse functionaris had gewerkt en zijn functie niet als publiek zichtbaar kon worden aangemerkt.
Eiser voerde aan dat het beleid onvoldoende duidelijk en niet officieel was, en dat de minister zijn onderzoekplicht niet had nageleefd. De rechtbank stelde dat het beleid buitenwettelijk en begunstigend is, met ruime beleidsvrijheid voor het kabinet, en dat het beroep op fundamentele rechten faalt. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden en dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de minister niet hoeft mee te werken aan overbrenging van eiser en zijn gezinsleden naar Nederland.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om overbrenging wordt ongegrond verklaard.