ECLI:NL:RBDHA:2023:20124
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens overschrijding beslistermijn huur- en zorgtoeslag zonder kwijtschelding
Eiseres maakte bezwaar tegen de definitieve vaststelling van haar huur- en zorgtoeslag over 2021, waarbij de huurtoeslag op nihil werd gesteld vanwege een te hoog vermogen en zorgtoeslag werd teruggevorderd wegens een hoger definitief inkomen.
Verweerder stelde het bezwaar niet tijdig vast, waardoor eiseres verweerder in gebreke stelde en aanspraak maakte op een dwangsom en kwijtschelding van de terugvordering. Verweerder erkende de overschrijding van de beslistermijn, maar stelde dat deze termijn geen fatale termijn is en geen gevolgen heeft voor de hoogte van de toeslagen of terugvordering.
De rechtbank oordeelde dat de overschrijding van de beslistermijn geen rechtvaardiging biedt voor kwijtschelding van de terugvordering, mede gelet op artikel 31bis Awir. Omdat verweerder binnen de termijn van de ingebrekestelling alsnog een besluit nam, is geen dwangsom verschuldigd.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Den Haag op 12 december 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen recht op kwijtschelding of dwangsom.