ECLI:NL:RVS:2023:196
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake overschrijding beslistermijn zorgtoeslag 2018
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de zorgtoeslag van appellant over 2018 definitief vast op nul euro. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de Belastingdienst overschreed de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op bezwaar. De rechtbank oordeelde dat deze termijn een termijn van orde is en geen fatale termijn, waardoor het bezwaar ongegrond werd verklaard.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beslistermijn voor beide partijen geldt en dat het gelijkheidsbeginsel vereist dat ook de Belastingdienst zich hieraan houdt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat overschrijding van de beslistermijn op zichzelf de rechtmatigheid van het besluit niet aantast. De wettelijke termijnen voor het indienen van bezwaar en beroep zijn wel strikt, maar de beslistermijn voor het bestuursorgaan is niet fataal.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees erop dat de wet aan het te laat beslissen op bezwaar andere rechtsgevolgen verbindt, zoals de mogelijkheid tot het vragen van een dwangsom en beroep tegen het uitblijven van een besluit. De Belastingdienst hoeft geen proceskosten te vergoeden en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.