ECLI:NL:RVS:2023:196

Raad van State

Datum uitspraak
18 januari 2023
Publicatiedatum
18 januari 2023
Zaaknummer
202107944/1/A2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank inzake overschrijding beslistermijn zorgtoeslag 2018

De Belastingdienst/Toeslagen stelde de zorgtoeslag van appellant over 2018 definitief vast op nul euro. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de Belastingdienst overschreed de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op bezwaar. De rechtbank oordeelde dat deze termijn een termijn van orde is en geen fatale termijn, waardoor het bezwaar ongegrond werd verklaard.

Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beslistermijn voor beide partijen geldt en dat het gelijkheidsbeginsel vereist dat ook de Belastingdienst zich hieraan houdt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat overschrijding van de beslistermijn op zichzelf de rechtmatigheid van het besluit niet aantast. De wettelijke termijnen voor het indienen van bezwaar en beroep zijn wel strikt, maar de beslistermijn voor het bestuursorgaan is niet fataal.

De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees erop dat de wet aan het te laat beslissen op bezwaar andere rechtsgevolgen verbindt, zoals de mogelijkheid tot het vragen van een dwangsom en beroep tegen het uitblijven van een besluit. De Belastingdienst hoeft geen proceskosten te vergoeden en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

202107944/1/A2.
Datum uitspraak: 18 januari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 18 november 2021 in zaak nr. 20/1790 in het geding tussen:
[appellant]
en
de Belastingdienst/Toeslagen
Procesverloop
Bij besluit van 6 september 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] over 2018 definitief vastgesteld op € 0,00.
Bij besluit van 5 maart 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door  [appellant] daartegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 18 november 2021 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De Belastingdienst/Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.
Overwegingen
1.       Partijen zijn het erover eens dat de Belastingdienst/Toeslagen de beslistermijn in bezwaar heeft overschreden. Ook de rechtbank constateert dat dit het geval is. De rechtbank heeft overwogen dat de beslistermijn geen fatale termijn is, maar een termijn van orde.
2.       [appellant] is het niet eens met de rechtbank, omdat hij vindt dat voor beide procespartijen termijnen gelden die moeten worden nageleefd. Als hij zelf te laat is, wordt hij niet-ontvankelijk verklaard. Hij doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel.
3.       Het oordeel van de rechtbank is juist. De rechtbank heeft terecht gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1821. Daarin heeft de Afdeling overwogen dat overschrijding van de beslistermijn op zichzelf de rechtmatigheid van het besluit niet aantast. Dat degene die bezwaar of beroep tegen een besluit wil indienen zich - tenzij sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding - wél moet houden aan de wettelijke termijn voor het indienen van een rechtsmiddel, leidt niet tot een ander oordeel. Deze termijn is gesteld omdat op enig moment duidelijk moet zijn of een besluit nog onderwerp van discussie kan zijn dan wel definitief vaststaat. De rechtszekerheid vereist dat na ongebruikt verstrijken van de bezwaar- of beroepstermijn het besluit definitief vaststaat. Zoals de Belastingdienst/Toeslagen in zijn reactie op het hoger beroepschrift terecht stelt, verbindt de wet aan het te laat beslissen op bezwaar andere gevolgen, namelijk de mogelijkheid om - mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan - een dwangsom te vragen en de mogelijkheid om beroep bij de rechter in te stellen tegen het uitblijven van een besluit.
4.       Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5.       De Belastingdienst/Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. drs. Y.M. van Soest-Ahlers, griffier.
w.g. Borman
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Soest-Ahlers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2023