ECLI:NL:RBDHA:2023:20128
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Evenementenvergunning voor Club Westwood Festival terecht verleend ondanks geluidshinder
Eiseres maakte bezwaar tegen de evenementenvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had verleend voor het Club Westwood Festival op 2 juli 2022. Zij stelde dat de vergunning ten onrechte was verleend omdat de overlast, met name geluidshinder en parkeerproblemen tijdens op- en afbouw, niet voldoende was meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres ontvankelijk was in haar beroep, omdat het oordeel over de vergunning relevant is voor toekomstige edities van het festival, dat jaarlijks zal plaatsvinden. De rechtbank stelde vast dat verweerder een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt, waarbij het belang van een kwalitatief hoogwaardig evenementenaanbod werd meegewogen tegen de hinder voor omwonenden.
De geluidshinder tijdens het festival was aanwezig, maar niet onduldbaar volgens objectieve maatstaven. De geluidsnormen waren vastgesteld en tijdens het festival gecontroleerd door een onafhankelijk bureau, waarbij geen overschrijding werd geconstateerd. Ook de overlast door parkeerproblemen tijdens de op- en afbouw werd niet als ontoelaatbaar beoordeeld, mede omdat eiseres toegang had tot een parkeergarage en geen meldingen van verkeersveiligheidsproblemen waren ontvangen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid tot vergunningverlening heeft kunnen besluiten en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de evenementenvergunning is ongegrond verklaard; de vergunning blijft van kracht.