Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 7.500,-;
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft op 13 februari 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, ook voor haar minderjarige kind. Na het niet tijdig beslissen heeft zij de staatssecretaris op 18 augustus 2022 in gebreke gesteld en op 7 september 2023 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit. De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, is overschreden en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. Gelet op de jurisprudentie van de meervoudige kamer Arnhem over bijzondere gevallen bij overschrijding van beslistermijnen bij gezinshereniging sluit de rechtbank zich aan bij het oordeel dat hier sprake is van een bijzonder geval.
Hoewel het dossier mogelijk nog niet compleet is vanwege nader onderzoek en een uitnodiging aan de referent, acht de rechtbank het redelijk om de staatssecretaris een termijn van acht weken te geven om alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500, waarvan reeds €1.442,- is verbeurd. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50 aan eiseres.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de staatssecretaris op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen. De uitspraak is gedaan door rechter S. Ketelaars - Mast en openbaar gemaakt op 19 december 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.