Eiseres diende op 13 februari 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid. Na herhaalde niet tijdige beslissingen door de minister, stelde eiseres meerdere keren beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Eerdere uitspraken van de rechtbank hadden de minister reeds opgedragen binnen bepaalde termijnen te beslissen en dwangsommen opgelegd.
Op 4 september 2024 stelde eiseres wederom beroep in wegens het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelde dat de minister opnieuw niet binnen de gestelde termijn had beslist en verklaarde het beroep gegrond. De rechtbank legde een nieuwe termijn van twee weken op voor het nemen van een besluit en verhoogde de dwangsom tot € 400,- per dag met een maximum van € 30.000,- om de minister tot spoed aan te zetten.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter M.C. Verra en griffier D.D. Bijlhout op 9 oktober 2024.