ECLI:NL:RBDHA:2023:20143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs doodslag en zware mishandeling met dodelijke afloop
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die ervan werd verdacht zijn tweelingbroer te hebben gedood door hem met geweld te hebben geslagen en geschopt. De tenlastelegging omvatte moord of doodslag en subsidiair zware mishandeling met de dood tot gevolg.
Tijdens de inhoudelijke behandeling op 7 december 2023 werd vastgesteld dat de doodsoorzaak van het slachtoffer niet met zekerheid kon worden vastgesteld. Forensisch pathologisch en toxicologisch onderzoek bracht drie mogelijke doodsoorzaken aan het licht: een fatale verzuring van het bloed (ketoacidose), inklemming van de hersenen door een bloeding onder het harde hersenvlies veroorzaakt door stomp trauma, of een combinatie daarvan. Het letsel was aspecifiek en kon zowel door vallen als door slaan zijn veroorzaakt.
De verdachte erkende herhaaldelijk fysieke conflicten met het slachtoffer, die tevens vaak dronken was en meerdere keren was gevallen. De rechtbank concludeerde dat het niet bewezen kon worden dat het overlijden het gevolg was van het handelen van verdachte, noch dat het overige letsel door verdachte was toegebracht. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Daarnaast werd het beslag op een geldbedrag van € 2.275,- opgeheven en teruggegeven aan verdachte. De rechtbank hechtte geen belang meer aan de overige standpunten van de officier van justitie en de verdediging na deze vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zijn handelen het overlijden van het slachtoffer heeft veroorzaakt.