ECLI:NL:RBDHA:2023:20240
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging vanuit Afghanistan wegens niet voldoen aan criteria Kamerbrief
Eiser, een Afghaanse monteur die tussen 2012 en 2016 voor de Europese Politie Missie in Afghanistan (EUPOL) werkte, verzocht om overbrenging naar Nederland samen met zijn gezinsleden. Dit verzoek werd door de minister van Buitenlandse Zaken afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de in de Kamerbrief van 11 oktober 2021 gestelde criteria. Eiser zou niet in een voor het publiek zichtbare functie hebben gewerkt en heeft niet ten minste een jaar structureel substantieel voor een Nederlandse EUPOL-functionaris gewerkt.
Eiser voerde aan dat hij wel aan de criteria voldeed en dat de Kamerbrief onduidelijk en onvoldoende gemotiveerd was, en dat het beleid niet officieel was gepubliceerd. Ook stelde hij dat het Raadsbesluit van de EU tot evacuatie van EUPOL-personeel leidde tot een verplichting tot overbrenging. De rechtbank oordeelde dat het beleid begunstigend en buitenwettelijk is, met ruime beleidsvrijheid voor de minister, en dat eiser niet voldeed aan de criteria. De rechtbank verwierp de stellingen over schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering.
De rechtbank bevestigde dat de minister niet verplicht is personen buiten het beleid over te brengen, ook niet als zij gevaar lopen. De rechtbank vond dat verweerder het besluit zorgvuldig had voorbereid en voldoende had gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiser en zijn gezinsleden niet worden overgebracht en geen proceskostenvergoeding ontvangen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot overbrenging is ongegrond verklaard.