ECLI:NL:RBDHA:2023:20243
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging schoonmaker EUPOL vanuit Afghanistan naar Nederland
Eiser, een schoonmaker werkzaam voor de Europese Politie Missie in Afghanistan (EUPOL), verzocht om overbrenging naar Nederland samen met zijn gezin. Dit verzoek werd door de minister van Buitenlandse Zaken afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de criteria uit de Kamerbrief van 11 oktober 2021, die bepaalt dat alleen personen die ten minste een jaar substantieel voor een Nederlandse EUPOL-functionaris hebben gewerkt en een zichtbare publieke functie hadden, in aanmerking komen.
Eiser stelde dat hij wel aan de criteria voldeed en dat de Kamerbrief niet officieel was gepubliceerd, waardoor de rechtbank ook de aanvaardbaarheid van het beleid moest toetsen. Tevens voerde hij aan dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan en dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet specifiek voor een Nederlandse functionaris had gewerkt en dat schoonmakers niet onder de bedoelde categorie vallen. Ook was zijn functie niet publiek zichtbaar. De Kamerbrief is begunstigend beleid met ruime beleidsruimte voor het kabinet. De minister had het besluit zorgvuldig voorbereid en voldoende gemotiveerd. De hoorplicht was niet geschonden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor eiser en zijn gezin niet overgebracht worden naar Nederland en hij geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot overbrenging naar Nederland wordt ongegrond verklaard.