ECLI:NL:RBDHA:2023:204
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens geen overschrijding beslistermijn smartengeld dienstongeval politie
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor smartengeld na een dienstongeval uit september 2018. Hij stelde dat de beslistermijn was overschreden omdat de mate van invaliditeit en arbeidsongeschiktheid nog niet was vastgesteld, en verzocht om het opleggen van een dwangsom.
Verweerder voerde aan dat de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit pas begint te lopen nadat de mate van invaliditeit is vastgesteld, uiterlijk binnen twee jaar na het dienstongeval, en dat deze termijn geen beslistermijn is. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat de beslistermijn van drie weken start bij vaststelling van het invaliditeitspercentage.
Daarnaast wees de rechtbank het betoog van eiser af dat een afzonderlijke aanvraag van april 2022 onder de algemene beslistermijn van de Awb valt, omdat ook deze aanvraag betrekking heeft op smartengeld onder de specifieke Regeling smartengeld dienstongevallen politie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de kostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag smartengeld wordt ongegrond verklaard.