Appellant heeft een dienstongeval gemeld bij de korpschef en verzocht om toekenning van smartengeld. De mate van invaliditeit, die bepalend is voor de beslistermijn, is nog niet vastgesteld door een deskundige, waardoor de beslistermijn van drie weken nog niet is aangevangen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen ongegrond omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank het beroep had moeten verklaren als niet-ontvankelijk omdat het beroep te vroeg was ingesteld.
De Raad benadrukt dat de vaststelling van de mate van invaliditeit door een deskundige noodzakelijk is voordat de beslistermijn kan beginnen. De vaststelling van arbeidsongeschiktheid volgens de Wet WIA is niet gelijk aan de vaststelling van invaliditeit in de Regeling smartengeld dienstongevallen politie. Het hoger beroep wordt verworpen, de aangevallen uitspraak vernietigd en het beroep niet-ontvankelijk verklaard.