ECLI:NL:RBDHA:2023:2041
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening na gegrond beroep in verblijfsvergunning asielzaak
Verzoekster heeft tegen het besluit van 15 november 2019, waarbij haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure als kennelijk ongegrond werd afgewezen, beroep ingesteld. Tegelijkertijd verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening gelijktijdig met de bodemzaak op 17 november 2022. Na uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL19.27826) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Wel werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 837,00 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor beroepsmatige rechtsbijstand. Er werd geen extra punt toegekend voor het verschijnen ter zitting, omdat dit reeds in de bodemzaak was meegenomen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter F. Sijens en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.