ECLI:NL:RBDHA:2023:20585
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen intrekking verblijfsvergunning studie wegens niet-naleving voorwaarden
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning voor studie, die door verweerder op 20 januari 2023 werd ingetrokken omdat eiser niet langer aan de studieverplichtingen voldeed. De onderwijsinstelling meldde eiser af wegens onvoldoende financiële middelen. Eiser voerde aan dat de intrekking met terugwerkende kracht geen wettelijke grondslag heeft en dat hij zich inmiddels bij een andere onderwijsinstelling heeft aangemeld.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking terecht is vastgesteld per 31 mei 2022, de datum van afmelding bij de onderwijsinstelling. De stelling van eiser dat hij binnen een redelijke termijn een verzoek tot wijziging van de beperking kan indienen, leidt niet tot het afzien van intrekking. Verweerder hoefde geen afwijkingsbevoegdheid toe te passen omdat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd.
Verder is de hoorplicht niet geschonden omdat verweerder redelijkerwijs mocht aannemen dat de gronden in bezwaar niet tot een ander besluit zouden leiden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.