ECLI:NL:RBDHA:2023:206
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Leerling-vlieger krijgt geen tegemoetkoming voedingskosten bij verblijf partner in VS
Eiser, een leerling-vlieger die in de Verenigde Staten een opleiding volgde, maakte aanspraak op een tegemoetkoming in de voedingskosten. Verweerder besloot dat leerling-vliegers die met hun partner in de VS verblijven geen recht hebben op deze tegemoetkoming, omdat zij een hogere toelage buitenland ontvangen die ook een duurtecorrectie bevat.
De rechtbank oordeelt dat de leerling-vliegerbrief van 2015 aanvullende voorzieningen regelt, maar niet expliciet een vergoeding voor voedingskosten aan leerling-vliegers met partner in de VS toekent. Hoewel er sprake was van een onjuiste uitvoeringspraktijk waarbij deze tegemoetkoming onterecht werd toegekend, is het besluit om deze praktijk te corrigeren niet onredelijk.
Eiser voerde aan dat de voorlichting anders was en dat het vertrouwensbeginsel geldt, maar de rechtbank stelt vast dat de onjuiste uitvoeringspraktijk geen rechtsgrond biedt om deze voort te zetten. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur wordt verworpen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de leerling-vlieger tegen het besluit om geen tegemoetkoming in voedingskosten toe te kennen wordt ongegrond verklaard.