ECLI:NL:RBDHA:2023:20632

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 december 2023
Publicatiedatum
27 december 2023
Zaaknummer
NL23.38975
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding na intrekking maatregel bewaring vreemdeling

Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 8 december 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, hief de maatregel van bewaring op op 18 december 2023. Eiser stelde beroep in tegen het bestreden besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.

De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de toekenning van schadevergoeding, aangezien de maatregel was opgeheven. Verweerder bood aan de schadevergoeding en proceskosten te vergoeden, maar eiser betwistte de berekening van de schadevergoeding vanwege een verschil in het aantal dagen politiecelverblijf.

De rechtbank oordeelde dat eiser recht heeft op vergoeding van één dag politiecel en tien dagen huis van bewaring, conform de feitelijke verblijfstijden. Tevens veroordeelde de rechtbank de Staat tot betaling van proceskosten van €837, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de lichte aard van het beroep.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van €1.130 schadevergoeding en €837 proceskosten aan eiser.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.38975

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. S.C. van Paridon),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).

Procesverloop

Bij besluit van 9 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Verweerder heeft op 18 december 2023 de maatregel van bewaring opgeheven.
De rechtbank heeft het beroep op 20 december 2023 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .
2. Omdat de maatregel van bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. Het is daarom niet nodig wat door de gemachtigde van eiser verder is aangevoerd ten aanzien van de M113 te bespreken.
3. Ten aanzien van de vraag of schadevergoeding moet worden toegekend heeft verweerder bij brief van 18 december 2023 aan de gemachtigde meegedeeld bereid te zijn de schade te vergoeden die eiser heeft geleden door zijn detentie, alsmede de proceskosten tot een bedrag van een punt. Gemachtigde van eiser heeft het beroep niet willen intrekken omdat hij zich op het standpunt stelt dat in de berekening van de schadevergoeding door verweerder ten onrechte geen rekening is gehouden met de omstandigheid dat sprake is van twee dagen politiecel in plaats van 1 dag politiecel.
4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder gevolgd kan worden ten aanzien van de berekening van de schadevergoeding aan eiser. Eiser is op 8 december 2023 om 19:31 uur opgehouden voor gehoor en vervolgens om 21:50 uur in bewaring gesteld. Dit is gebeurd op een politiebureau. Vervolgens is eiser binnen 24 uur overgebracht naar het DTC. Dit betekent dat eiser in aanmerking komt voor een vergoeding van één dag voor verblijf in een politiecel en tien dagen voor het verblijf in een huis van bewaring. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
5. In de opheffing van de maatregel van bewaring ziet de rechtbank aanleiding verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt € 837,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de factor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het vaststellen van de hoogte van de schadevergoeding.

Beslissing

De rechtbank:
  • veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.130,- te betalen door de griffie en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzitter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.