Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris,
Procesverloop
Overwegingen
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Rechtbank Den Haag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde aan eiser, een vreemdeling van Russische nationaliteit, op 11 december 2023 een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank behandelde het beroep op 22 december 2023 via telehoren. De staatssecretaris motiveerde de bewaring met het bestaan van een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. De rechtbank oordeelde echter dat de zwaarste grond (3a) onvoldoende was gemotiveerd en niet kon dragen, mede omdat het enkele onttrekken aan toezicht in Finland niet betekent dat eiser Nederland onrechtmatig is binnengekomen.
De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende gronden waren voor de bewaring en verklaarde het beroep gegrond. De maatregel werd met onmiddellijke ingang opgeheven. Daarnaast kende de rechtbank een schadevergoeding toe voor 17 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de staatssecretaris in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt opgeheven met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.