ECLI:NL:RBDHA:2023:207
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen tegemoetkoming voedingskosten voor leerling-vlieger met partner in de VS
Eiser volgde van januari 2020 tot juli 2022 een vliegopleiding in de Verenigde Staten en verbleef daar met zijn partner, die hem gedurende de opleiding vergezelde. Verweerder besloot per 25 augustus 2020 dat leerling-vliegers met partner in de VS geen tegemoetkoming in voedingskosten meer ontvangen, omdat zij een hogere toelage buitenland krijgen die ook een duurtecorrectie bevat.
Eiser betwistte dit besluit en stelde dat de leerling-vliegerbrief van 2015 geen onderscheid maakt tussen alleenstaande leerling-vliegers en die met partner, en dat er sprake is van een onjuiste uitvoeringspraktijk en schending van het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat het nooit de bedoeling was dat leerling-vliegers met partner in de VS een vergoeding voor voedingskosten ontvangen, omdat zij al gecompenseerd worden via de hogere toelage buitenland. De onjuiste uitvoeringspraktijk is erkend, maar dit leidt niet tot handhaving van de foutieve praktijk.
De rechtbank achtte het standpunt van verweerder redelijk en vond dat de toestemming om een partner mee te nemen een gunst is waarbij de leerling-vlieger zelf een afweging moet maken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de leerling-vlieger tegen het besluit om geen tegemoetkoming in voedingskosten toe te kennen is ongegrond verklaard.