ECLI:NL:RBDHA:2023:20776
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingaanslagen verhuur woningen en resultaat uit overige werkzaamheden 2015
Eiser heeft in 2015 samen met zijn echtgenote meerdere woningen verhuurd en hierover aangifte gedaan waarbij sprake was van resultaat uit overige werkzaamheden (ROW). Verweerder stelde dat de woningen in 2015 nog tot box 1 behoorden en dat de rente op leningen ten onrechte niet in aftrek was gebracht. De rechtbank bevestigt dat de verhuuractiviteiten in 2015 kwalificeren als ROW, aansluitend bij eerdere jurisprudentie van het gerechtshof Den Haag over de jaren 2012 en 2013.
De rechtbank acht aannemelijk dat in 2015 een stakingswinst is behaald die hoger is dan de niet in aftrek gebrachte rente op leningen, waardoor interne compensatie slaagt. De woningen behoren vanaf 1 januari 2016 tot box 3, waarmee de werkzaamheden in 2015 zijn gestaakt. Eiser slaagt er niet in om aannemelijk te maken dat de kosten hoger waren dan door verweerder in aanmerking genomen.
Verder oordeelt de rechtbank dat de aanslagen IB/PVV en ZVW niet te hoog zijn vastgesteld en dat de stellingen van eiser over onzorgvuldig handelen en onvoldoende motivering van de uitspraak op bezwaar niet slagen. De belastingrente is terecht in rekening gebracht. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen IB/PVV en ZVW over 2015 worden ongegrond verklaard.