ECLI:NL:RBDHA:2023:20853
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Pakistaanse eiser wegens ontbreken gegronde vrees voor vervolging
Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, diende op 1 februari 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 10 oktober 2023 af als kennelijk ongegrond. Eiser betoogde dat zijn illegale uitreis uit Pakistan als relevant element had moeten worden meegewogen, omdat dit tot risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro zou kunnen leiden.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de illegale uitreis terecht niet als relevant element heeft aangemerkt. Eiser gaf aan financieel te zijn vertrokken en niet vanwege een vrees voor vervolging. De informatie uit het ambtsbericht over Pakistan is niet eenduidig over mogelijke problemen bij terugkeer na illegale uitreis en levert geen concreet risico op ernstige schade op.
De rechtbank concludeert dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht is en verklaart het beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Eiser kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.