ECLI:NL:RBDHA:2023:20868
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor haar en haar minderjarige kinderen. De aanvraag werd ingediend op 25 november 2022, waarna de staatssecretaris de beslistermijn verlengde met drie maanden, maar uiteindelijk geen besluit nam binnen de wettelijke termijn.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling en verklaart het beroep gegrond. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd.
De staatssecretaris krijgt twintig weken de tijd om alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100 opgelegd, met een maximum van € 7.500. Daarnaast wordt vastgesteld dat reeds € 1.442 aan bestuurlijke dwangsommen is verbeurd en wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 418,50 aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.