ECLI:NL:RBDHA:2023:2087
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 december 2021. Verweerder heeft op 2 november 2022 alsnog een besluit genomen waarbij een verblijfsvergunning is verleend met terugwerkende kracht vanaf 6 december 2021 tot 6 december 2026. Hierdoor is het beroep tegen het niet tijdig beslissen feitelijk ingewilligd, waardoor het procesbelang van eiser in zoverre vervalt.
Eiser handhaafde zijn beroep echter vanwege de weigering van verweerder om een bestuurlijke dwangsom toe te kennen. De rechtbank stelt vast dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND de toepassing van dwangsommen op asielbesluiten uitsluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bevestigd dat deze wet niet in strijd is met het Unierecht. Hierdoor ontbreekt ook voor dit onderdeel het procesbelang.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Wel wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50, omdat eiser recht heeft op vergoeding van kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in dit lichte beroep.
Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken procesbelang; verweerder veroordeeld tot vergoeding proceskosten van €418,50.