ECLI:NL:RBDHA:2023:210
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep leerling-vlieger tegen weigering vergoeding voedingskosten in VS
Eiser volgde een vliegopleiding in de Verenigde Staten en woonde daar met zijn partner. Verweerder stelde dat leerling-vliegers met partner in de VS geen recht hebben op vergoeding van voedingskosten, omdat zij al een hogere toelage ontvangen die de hogere kosten van levensonderhoud compenseert. Eiser ontkende dat er sprake was van een foutieve uitvoeringspraktijk en stelde dat de leerling-vliegerbrief duidelijk was over de vergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de leerling-vliegerbrief aanvullende voorzieningen regelt voor leerling-vliegers, maar niet bedoeld is om leerlingen met partner in de VS ook een vergoeding voor voedingskosten toe te kennen. Verweerder had een onjuiste uitvoeringspraktijk erkend die sinds medio 2020 werd gecorrigeerd. De rechtbank vond het standpunt van verweerder niet onredelijk en achtte de hogere toelage als compensatie voor duurtecorrectie passend.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat sprake was van een onjuiste uitvoeringspraktijk die niet gehandhaafd hoeft te worden. De rechtbank vond de afbouwperiode tot 1 december 2020 redelijk en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de leerling-vlieger tegen het besluit om geen vergoeding van voedingskosten toe te kennen wordt ongegrond verklaard.