ECLI:NL:RBDHA:2023:21066
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning voor gezinsleven met moeder wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eiseres vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om familie- of gezinsleven te kunnen uitoefenen bij haar moeder in Nederland. De aanvraag werd door verweerder afgewezen, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank behandelde het beroep en onderzocht of sprake was van een beschermenswaardig familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank concludeerde dat tussen eiseres en haar moeder, beiden meerderjarig, geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat. Hoewel er emotionele banden zijn, zijn deze niet zodanig dat zij de normale affectieve banden te boven gaan. Er is geen praktische of financiële afhankelijkheid en de samenwoning heeft geen continu karakter. De belangenafweging tussen het belang van eiseres en het Nederlandse toelatingsbeleid viel in het nadeel van eiseres uit.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangenafweging zorgvuldig heeft gemaakt, waarbij ook de economische belangen en de beschikbaarheid van zorg in Canada zijn meegewogen. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen verblijfsvergunning krijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.