ECLI:NL:RBDHA:2023:11425
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing mvv-aanvraag wegens beschermenswaardig familieleven
Eiser, van Afghaanse nationaliteit en woonachtig in Iran, verzocht om een mvv voor verblijf bij zijn meerderjarige zoon, referent, in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat verweerder oordeelde dat geen sprake was van beschermenswaardig familieleven en dat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing was.
De rechtbank stelde vast dat verweerder een onjuist toetsingskader hanteerde door te beoordelen of eiser zonder referent zelfstandig kon functioneren, terwijl het EHRM vereist dat wordt gekeken naar een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie met bijkomende elementen. De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de feitelijke emotionele en financiële afhankelijkheid, de medische situatie van eiser en de gezamenlijke geschiedenis.
De rechtbank oordeelde dat sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen eiser en referent, mede door de langdurige samenwoning, financiële ondersteuning door referent, emotionele banden en zorgbehoefte van eiser. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd een dwangsom opgelegd bij overschrijding van de termijn en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij beschermenswaardig familieleven in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van beschermenswaardig familieleven.