ECLI:NL:RBDHA:2023:21083

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2023
Publicatiedatum
8 januari 2024
Zaaknummer
C/09/645379 / FA RK 23-2388
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BWArt. 1:377e BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontzegging omgangsrecht vader wegens ernstig nadeel voor minderjarige

De moeder heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om de omgang van de vader met hun minderjarige kind te ontzeggen. Het kind, geboren in 2011, woont bij de moeder en heeft sinds ruim een jaar geen contact meer met de vader. Tijdens een gesprek met de rechter gaf het kind aan geen contact met de vader te willen vanwege vermindering van stress en verbetering van gezondheid en prestaties op school en sport.

De vader is, ondanks oproep, niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek. De rechtbank heeft de relevante eerdere beschikking uit 2018 gewijzigd, waarbij toen omgangsregelingen waren vastgesteld. Gelet op artikel 1:377a BW en de omstandigheden, waaronder het belang van het kind en zijn uitgesproken bezwaren, is het omgangsrecht ontzegd.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en betreft een wijziging van de omgangsregeling die eerder was vastgesteld. De beslissing is genomen door kinderrechter L.L. Benink en griffier P.M.A. van Oosten op 8 december 2023.

Uitkomst: De vader wordt het recht op omgang met zijn minderjarige kind ontzegd wegens ernstig nadeel voor het kind.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-2388
Zaaknummer: C/09/645379
Datum beschikking: 8 december 2023

Omgang

Beschikking op het op 28 maart 2023 ingekomen verzoek van:

[moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.F. Mandos te 's-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[vader] ,

de vader,
wonende te [woonplaats] .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 18 april 2023, met bijlagen, van de zijde van de moeder;
  • het F9-formulier van 25 mei 2023, met bijlage, van de zijde van de moeder.
De minderjarige [naam 1] heeft zijn mening gegeven over het verzoek in een gesprek met de rechter.
Op 24 november 2023 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

  • De moeder en de vader hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van het nu nog minderjarige kind:
- [naam 1] , geboren op [geboortedag] 2011 te [geboorteplaats] (hierna: [naam 1] ).
  • De vader heeft [naam 1] erkend.
  • De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [naam 1] belast.
  • [naam 1] woont bij de moeder.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 1 november 2018 is [naam 1] onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming West Haaglanden tot 1 november 2019. Bij beschikking van deze rechtbank van 31 oktober 2019 is de ondertoezichtstelling verlengd tot 1 november 2020.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 6 december 2018 is – voor zover hier relevant – het verzoek van de vader om gezamenlijk met de moeder met het ouderlijk gezag over [naam 1] te worden belast afgewezen en is bepaald dat [naam 1] bij de vader zal zijn:
- een weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag (waarbij de vader [naam 1] haalt van
school) tot maandagochtend (waarbij de vader [naam 1] brengt naar school);
- eens per veertien dagen (tijdens de week dat [naam 1] niet in het weekend bij de vader is)
van woensdagmiddag (waarbij de vader [naam 1] van school ophaalt) tot
donderdagochtend (waarbij de vader [naam 1] brengt naar school);
- gedurende de vakanties en feestdagen, waarbij de duur en de frequentie door
Jeugdbescherming west Haaglanden wordt bepaald.

Verzoek

De moeder verzoekt de vader de omgang met [naam 1] te ontzeggen, al dan niet voor bepaalde tijd, althans de door de rechtbank bepaalde omgangsregeling te wijzigen in een regeling die de rechtbank geraden toekomt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Beoordeling

De rechtbank kan op grond van artikel 1:377a, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in samenhang met artikel 1:377e BW, op verzoek van de ouders of één van hen een beslissing inzake de omgang wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
Ingevolge artikel 1:377a, derde lid BW ontzegt de kinderrechter het recht op omgang slechts indien:
omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
het kind dat twaalf jaar of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouders of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of
omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
De rechtbank overweegt als volgt. Tijdens het kindgesprek is gebleken dat [naam 1] al ruim een jaar geen contact meer met de vader heeft en dat hij ook geen contact met de vader wil. [naam 1] heeft daarbij aangegeven dat hij – sinds hij niet meer naar de vader toegaat – minder last heeft van stress, minder ziek is en het met school en judo een stuk beter gaat. De moeder heeft dit tijdens de zitting bevestigd en aangegeven dat zij daarom (in overleg met [naam 1] ) het verzoek tot ontzegging van de omgang heeft ingediend.
Door de vader is hiertegen geen verweer gevoerd.
De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat is voldaan aan de ontzeggingsgronden als bedoeld in artikel 1:377a derde lid sub a en c BW. De rechtbank zal daarom de vader het recht op omgang met [naam 1] ontzeggen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van
6 december 2018 –:
ontzegt de vader het recht op omgang met de minderjarige [naam 1] , geboren op [geboortedag] 2011 te [geboorteplaats] , en verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.L. Benink, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 8 december 2023.