ECLI:NL:RBDHA:2023:21219
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig is en het onderzoek zonder zitting gesloten.
De kern van het geschil betreft de toepassing van het besluit WBV 2022/22, dat sinds 27 september 2022 de beslistermijnen voor asielaanvragen verlengt met negen maanden. Eiser betwist dat deze verlenging in zijn situatie terecht is toegepast en stelt dat zijn ingebrekestelling op 12 mei 2023 niet prematuur was.
De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn op grond van WBV 2022/22 terecht is toegepast. Omdat eiser zijn aanvraag op 29 oktober 2022 heeft ingediend, valt deze onder het toepassingsbereik van het besluit, waardoor de beslistermijn verlengd is tot uiterlijk 29 januari 2024. De ingebrekestelling van 12 mei 2023 is daarmee te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend binnen de verlengde beslistermijn.