ECLI:NL:RBDHA:2023:21234
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Eiseres stelt dat zij haar asielaanvraag in Denemarken impliciet heeft ingetrokken door direct na het afstaan van vingerafdrukken te vertrekken en dat zij en haar partner gezinsleden zijn die willen samenwonen. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar asielaanvraag in Denemarken heeft ingetrokken voordat de procedure aldaar was afgerond, zodat de uitzondering van artikel 20, vijfde lid, van de Dublinverordening niet van toepassing is.
Verder overweegt de rechtbank dat het samenwonen met een partner geen bijzondere omstandigheid vormt om de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris te gebruiken om de aanvraag toch in behandeling te nemen. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.