ECLI:NL:RBDHA:2023:21239
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, met de Turkse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Eiser betwistte dit en stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer van toepassing zou zijn vanwege vermeende systematische tekortkomingen in Kroatië, waaronder pushbacks, die in strijd zouden zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt ten aanzien van Kroatië. De hoogste bestuursrechter heeft in recente uitspraken bevestigd dat Kroatië nog steeds als verantwoordelijke lidstaat kan worden beschouwd en dat er geen concreet bewijs is voor structurele schendingen van mensenrechten jegens Dublinclaimanten.
Verder heeft eiser geen concrete aanwijzingen gegeven dat hij na overdracht aan Kroatië geen toegang zal krijgen tot opvangvoorzieningen of dat hij onrechtmatig zal worden behandeld. De rechtbank benadrukt dat klachten over onrechtmatige behandeling in Kroatië bij de Kroatische autoriteiten of andere instanties moeten worden ingediend.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.