ECLI:NL:RBDHA:2023:21358
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft niet tijdig beslist, waarna eiser een ingebrekestelling stuurde en vervolgens beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank overwoog dat sinds 27 september 2022 het besluit WBV 2022/22 van kracht is, waardoor beslistermijnen voor asielaanvragen die nog niet verstreken waren, met negen maanden zijn verlengd. Dit is ook van toepassing op de aanvraag van eiser, die op 12 december 2022 werd ingediend.
Eiser betwistte de geldigheid van deze verlenging en stelde dat de ingebrekestelling niet prematuur was. De rechtbank verwierp dit en verwees naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat de verlenging rechtsgeldig is.
Omdat de beslistermijn voor eiser uiterlijk op 12 maart 2024 eindigt, was de ingebrekestelling van 13 juni 2023 te vroeg. Hierdoor voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en wees het verzoek van eiser tot toewijzing en dwangsom af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn.