De eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel. De rechtbank constateert dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiser verweerder rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep is daarmee ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen acht weken na verzending van de uitspraak een besluit moet nemen. Deze termijn is verlengd ten opzichte van de standaardtermijn van twee weken vanwege de bijzondere omstandigheden bij nareisaanvragen en het voornemen van verweerder om herstel van verzuim toe te staan voor aanvullende documenten. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 7.500,-.
Daarnaast wordt eiser vrijstelling van griffierecht verleend en krijgt hij een proceskostenvergoeding van € 418,50 toegekend, omdat hij een professionele gemachtigde inschakelde en de zaak enkel over de overschrijding van de beslistermijn ging. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, op 10 augustus 2023.