Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor het verblijfsdoel 'familie en gezin'. Verweerder heeft op 8 juni 2023 alsnog een inwilligend besluit genomen, waarna eiser zijn beroep handhaafde. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat eiser geen belang meer heeft bij een oordeel hierover.
Eiser voert aan dat verweerder in het besluit van 8 juni 2023 niet heeft beslist over de leges, waardoor het beroep mede betrekking heeft op dit besluit. De rechtbank wijst dit beroep af, omdat leges geen proceskosten zijn en geen grondslag bestaat voor vergoeding.
De rechtbank veroordeelt verweerder wel tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 209,25, vanwege de te late besluitvorming. De zaak wordt als van zeer licht gewicht beoordeeld, waardoor een lagere wegingsfactor wordt toegepast. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskosten te vergoeden, wat wordt opgevat als geen bezwaar.