ECLI:NL:RBDHA:2023:21481
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten.
De kern van het geschil is of de ingebrekestelling die eiser heeft gestuurd op 2 mei 2023 tijdig was. Volgens de wet moet een betrokkene het bestuursorgaan eerst schriftelijk in gebreke stellen en daarna twee weken wachten voordat beroep kan worden ingesteld. Sinds 27 september 2022 geldt het besluit WBV 2022/22, dat de beslistermijn voor asielaanvragen die op die datum nog niet verstreken waren met negen maanden verlengt.
Eiser betwist dat deze verlenging op zijn aanvraag van toepassing is en stelt dat de ingebrekestelling niet prematuur was. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging terecht is toegepast. Omdat de beslistermijn voor eiser is verlengd tot 31 januari 2024, was de ingebrekestelling van 2 mei 2023 te vroeg. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend.