ECLI:NL:RBDHA:2023:21484
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-tijdig beslissen asielaanvraag na Dublinoverdracht
Eiser diende op 6 maart 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder vroeg op 6 mei 2022 Spanje om eiser terug te nemen op basis van de Dublinverordening, wat op 23 mei 2022 werd geaccepteerd. Omdat verweerder niet binnen zes maanden overdroeg, werd de aanvraag op 25 november 2022 alsnog in Nederland behandeld.
De rechtbank stelde vast dat verweerder uiterlijk op 25 mei 2023 op de aanvraag had moeten beslissen volgens artikel 42, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000. Echter, sinds 27 september 2022 is het besluit WBV 2022/22 van kracht, dat de beslistermijn met negen maanden verlengt voor lopende asielaanvragen.
Eiser betwistte de geldigheid van deze verlenging en stelde dat de ingebrekestelling van 5 juni 2023 niet rechtsgeldig was. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak en oordeelde dat de verlenging terecht is toegepast, waardoor de beslistermijn verlengd is tot uiterlijk 25 februari 2024. De ingebrekestelling was daardoor prematuur en het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N. Khalloufi op 1 augustus 2023 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling door geldige verlenging van de beslistermijn.