Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst/Toeslagen op haar bezwaar van 14 mei 2017, waarin zij zich verzette tegen een loonvordering en verzocht om herziening van huur- en zorgtoeslagbesluiten.
De rechtbank oordeelt dat zij onbevoegd is om kennis te nemen van het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op het verzet tegen de invordering van 4 april 2017, omdat dit uitsluitend bij de burgerlijke rechter kan worden aangevochten. Voor zover het beroep ziet op het niet tijdig beslissen op het verzoek tot herziening van toeslagen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk vanwege onvoldoende concretisering en onredelijk lange wachttijd.
Ook het beroep tegen het uitblijven van overlegging van ontvangstbewijzen is niet-ontvankelijk, omdat dit niet leidt tot een voor beroep vatbaar besluit. De rechtbank wijst een vergoeding van griffierecht of proceskosten af.